Interventiecardiologie
Vroege coronairangiografie bij ECPR-patiënten, gestuurd door het ECG?
Het gebruik van extracorporale reanimatie (ECPR) neemt toe. Bij patiënten met ‘return of spontaneous circulation’ (ROSC) wordt aan de hand van het ECG bepaald of directe coronairangiografie (CAG) geïndiceerd is. Bij ECPR-patiënten is de diagnostische waarde van een vroege CAG en de rol van het ECG in deze beslissing echter veel minder duidelijk.
SCAD vraagt om zorg op maat
Spontane coronaire arteriële dissectie (SCAD) wordt steeds beter herkend als oorzaak van een hartinfarct, met name bij patiënten zonder de klassieke risicofactoren voor hart- en vaatziekten. In het LUMC worden patiënten met SCAD sinds enkele jaren behandeld volgens een multidisciplinair, gestandaardiseerd zorgpad, waarbij de individualisering van de zorg centraal staat. Jin Al-Gully onderzocht de impact van dit zorgpad en toonde aan dat gespecialiseerde SCAD-zorg leidt tot minder overbehandeling, onder andere met ACE-remmers en statines.
TAVI bij aortaklepinsufficiëntie: kan dat veilig?
Aortaklepinsufficiëntie is de op twee na meest voorkomende klepaandoening. De behandeling van hoogrisicopatiënten is uitdagend: door de afwezigheid van verkalkingen bij de natieve aortaklep kunnen bij het gebruik van off-label TAVI-kleppen verankeringsproblemen ontstaan. De JenaValve Trilogy is een speciaal ontworpen TAVI-klep die zich vastclipt op de klepbladen en dus geen kalk nodig heeft voor verankering.
Wat is de waarde van prehospitale HEART-score?
In een wereld waarin we steeds sneller willen handelen bij verdenking op NSTE ACS, kijken Jaouad Azzahhafi en collega’s verder dan de SEH. In hun recente multicenterstudie onderzoeken zij de waarde van de HEART score in de prehospitale fase. Het onderzoek laat zien welke kansen vroege risicostratificatie buiten het ziekenhuis biedt en welke vragen nog openstaan voordat brede toepassing mogelijk is.
Hoe maak je het zorgpad na een AF katheterablatie zowel efficiënter als patiëntvriendelijker?
Miriam Scheurwater (Catharina ziekenhuis) beschrijft in deze video de resultaten van haar studie, waarin het gebruik van sluitingsdevices leidt tot een aanzienlijk sneller en eenvoudiger zorgpad en zonder stijging van de zorgkosten.
Coronaire flow en microvasculaire weerstand: ANOCA in de spotlight
De ontwikkelingen binnen de invasieve coronaire diagnostiek gaan razendsnel. Een van de meest veelbelovende nieuwkomers is MRR (Microvascular Resistance Reserve).
In het Catharina Ziekenhuis loopt een actief onderzoek naar deze new kid on the block en de eerste resultaten zijn veelbelovend.
Kan een subtiele atriale maat onze kijk op secundaire mitralisregurgitatie veranderen?
Bij secundaire mitralisregurgitatie kijken we vaak naar ventrikels en MR-graden. Maar wat als een atriale functie-maat precies die extra informatie biedt die we nu missen? Een recente studie van Ricardo Carvalheiro et al. verkent dit vraagstuk
Hartinterventies onder de loep: wat gebeurt er ná de ingreep?
Hoe is de overleving na een hartinterventie eigenlijk geregeld? En waaraan overlijden patiënten in de jaren daarna?
Lineke Derks en Maaike Roefs (data-analisten NHR) analyseerden landelijke real‑world data van ruim 200.000 hartingrepen in Nederland, van bypassoperaties tot hartklepbehandelingen.
TAVI in Nederland: van pioniersfase naar volwassen zorg
In minder dan tien jaar tijd is transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) uitgegroeid tot een standaardbehandeling – en de resultaten spreken voor zich. Uit een analyse van bijna 20.000 Nederlandse TAVI-procedures blijkt dat vrouwen iets vaker te maken krijgen met MVC en beroertes, terwijl mannen juist een iets hoger risico hebben op PPI en sterfte binnen een jaar. De inzichten in uitkomsten na een TAVI interventie kunnen helpen om patiënten beter te informeren en gerichter te begeleiden, voor en na de ingreep.
Tien jaar CTO PCI in Amsterdam UMC
In de afgelopen tien jaar werden in het Amsterdam UMC meer dan 1000 patiënten met een chronische totale occlusie (CTO) behandeld binnen een gespecialiseerd PCI-programma. De belangrijkste resultaten van dit programma worden in dit artikel uiteengezet door Yvemarie Somsen (Amsterdam UMC) en collega’s. Een kernbevinding is het hoge en stabiele technische succespercentage (92%) en procedurele succespercentage (87%).











